Een olieafscheider plaatst u zo dat het water met voldoende afschot naar de afscheider stroomt en het gezuiverde water via een controle- en monsternamevoorziening verder gaat. De installatie wordt ontlucht, de deksels en inspectiepunten blijven bereikbaar, en schoon hemelwater houdt u er zoveel mogelijk buiten. Boven- of ondergronds hangt af van de ruimte, de belasting en de grondwaterstand.
Boven of onder de grond
Een olieafscheider kan ondergronds of bovengronds staan. Ondergronds is het meest voorkomend, omdat de afscheider dan onder het maaiveld ligt en de vrije doorstroming op zwaartekracht werkt. Bovengronds komt voor waar de ruimte het toelaat en de aanvoer hoger ligt. De keuze hangt samen met de beschikbare ruimte, de verkeersbelasting boven de put en de stand van het grondwater. Bij hoog grondwater speelt opdrijving mee, en dan is de verankering en het gewicht van de installatie een aandachtspunt.
Afschot en aanvoer
De afscheider werkt alleen als het water er vanzelf naartoe loopt. Daarom legt u de aanvoer met voldoende afschot aan, zodat het vuile water rustig en gelijkmatig binnenkomt. Rust in de afscheider is nodig, want olie moet de tijd krijgen om op te drijven. Een te snelle of turbulente aanvoer verstoort die scheiding. De slibvangput voor de afscheider vangt het zand en het bezinksel af, zodat de afscheider zelf niet dichtslibt.
Ontluchting
Een olieafscheider wordt ontlucht. Zonder ontluchting ontstaan onder- of overdruk en gasophoping, en dat verstoort de doorstroming en de werking. De ontluchting hoort bij een installatie die volgens de norm is uitgevoerd, net als de aansluiting op de slibvangput.
Bereikbare deksels en inspectiepunten
U moet bij de installatie kunnen. De deksels, de inspectiepunten en het controlepunt blijven bereikbaar voor de halfjaarlijkse controle, het legen en de vijfjaarlijkse keuring. Een afscheider die is dichtbestraat of onbereikbaar is weggewerkt, kunt u niet onderhouden, en dan valt de zekerheid over de werking weg. Houd bij het plaatsen dus rekening met de ruimte om de deksels te openen en de zuigwagen te laten aankoppelen.
Schoon hemelwater eruit
Schoon hemelwater van niet-vervuilde oppervlakken houdt u zoveel mogelijk gescheiden van het vuile water. Dat scheelt in de maat van de afscheider en het houdt de werking beter op peil, omdat de afscheider dan alleen het water krijgt dat er echt hoort.
Controle en monstername
Het gezuiverde water verlaat de afscheider via een controle- en monsternamevoorziening. Daar kunt u een monster nemen om te toetsen of het geloosde water aan de lozingseis voldoet. Zo is achteraf aantoonbaar dat de installatie doet wat ze moet doen. Wij toetsen uw situatie en verbinden u met een partij voor plaatsing en onderhoud, onafhankelijk en zonder fabrikantbelang.
