Een olieafscheider voor bedrijfsmatig gebruik moet in Nederland voldoen aan NEN-EN 858-1 en -2, de norm voor olie- en lichtevloeistofafscheiders. Deel 1 regelt het ontwerp en de beproeving van de afscheider, deel 2 de berekening van de nominale grootte, de installatie en het onderhoud. De norm werkt met een coalescentieafscheider (klasse I, restolie onder 5 mg/l) en een zwaartekrachtafscheider (klasse II, restolie onder 100 mg/l), en met een vaste formule voor de capaciteit. Wie oliehoudend water loost, bijvoorbeeld vanuit een wasstraat of een wasplaats, is via het Besluit activiteiten leefomgeving verplicht een slibvangput en een olieafscheider volgens deze norm te plaatsen.
NEN-EN 858
CE-markeringWanneer bent u verplicht een olieafscheider te hebben
Sinds 2024 vallen de lozingsregels onder de Omgevingswet, uitgewerkt in het Besluit activiteiten leefomgeving. De kern is streng en helder. Oliehoudend afvalwater van een wasstraat of wasplaats mag alleen naar het vuilwaterriool. Lozen op het hemelwaterriool, in de bodem of op oppervlaktewater is verboden. Voor installaties die na 2 november 2010 zijn geplaatst geldt de plicht om dat water eerst door een slibvangput en een olieafscheider conform NEN-EN 858-1 en -2 te voeren. Wie een wasstraat of wasplaats start of wijzigt, meldt die activiteit minstens vier weken vooraf bij het bevoegd gezag. Twijfelt u of uw activiteit onder deze plicht valt, dan helpen wij u dat feitelijk te onderbouwen.
Wat de twee delen van de norm regelen
NEN-EN 858-1 beschrijft het ontwerp, de eisen en de beproeving van de afscheider zelf. NEN-EN 858-2 beschrijft hoe u de nominale grootte (NS) bepaalt, hoe de afscheider hoort te worden geïnstalleerd en welk onderhoud verplicht is. De nominale grootte volgt uit één formule: NS = (Qr + fx x Qs) x fd. Qr is de hemelwateraanvoer in liter per seconde, gelijk aan het aangesloten oppervlak in vierkante meter maal 0,015 l/s per m2, gerekend met een rekenregen van 54 millimeter per uur. Qs is de vuil- of proceswaterafvoer in liter per seconde. De factor fx houdt rekening met belemmering: 0 bij schoon hemelwater, 1 bij een beschermde vloer zonder reinigingsmiddel en 2 bij reinigingsmiddel of een industrieel proces. Een wasstraat rekent met fx = 2. Reken uw situatie na met onze capaciteitsberekening.
De dichtheidsfactor fd
De laatste factor in de formule is de dichtheidsfactor fd, die afhangt van de zwaarte van de op te vangen vloeistof. Onder normale omstandigheden geldt fd = 1 bij een dichtheid tot 0,85 gram per kubieke centimeter, fd = 2 bij 0,85 tot 0,90 en fd = 3 bij 0,90 tot 0,95. Benzine en de meeste minerale olie zitten onder 0,85, dus daar rekent u met fd = 1. Werkt u met zwaardere vloeistoffen, dan valt de benodigde afscheider groter uit. De juiste factor kiezen is geen detail: hij bepaalt rechtstreeks de maat die u nodig heeft.
De slibvangput: hoe groot moet die zijn
Vóór de afscheider hoort een slibvangput, die zand, gruis en zware delen laat bezinken. NEN-EN 858-2 dimensioneert die put met dezelfde nominale grootte: de inhoud is een factor maal NS gedeeld door fd. De factor volgt uit de te verwachten slibhoeveelheid. U rekent met 100 bij weinig slib, met 200 bij een gemiddelde belasting zoals een tankstation of een handmatige wasplaats, en met 300 bij veel slib, bijvoorbeeld een wasstraat of een zwaar vervuild terrein. De put is nooit kleiner dan 600 liter, en bij een automatische wasinstallatie geldt een minimum van 5000 liter. Een ruime slibvangput houdt de afscheider schoon en verlengt de tijd tussen ledigingen.
Automatische afsluiter, alarm en logboek
De norm vraagt meer dan een goede maat. Een olieafscheider heeft een automatische afsluiter, een vlotter die de uitgang sluit zodra de olielaag het maximum bereikt. Zo stroomt er geen olie door naar het riool wanneer de put vol raakt. Daarnaast hoort een waarschuwingsinstallatie die een alarm geeft bij een te hoge olielaag of een volle slibvang, zodat u op tijd laat legen. Van het onderhoud houdt u een logboek bij: dat is verplicht en u moet het bij een controle of keuring kunnen tonen. Hoe u dat praktisch invult, leest u op onderhoud.
Klasse I en klasse II: welk zuiveringsniveau u nodig heeft
De norm kent twee klassen. Een coalescentieafscheider is klasse I en brengt het restgehalte aan olie terug tot onder 5 milligram per liter. Een zwaartekrachtafscheider is klasse II en komt tot onder 100 milligram per liter. Welke klasse u nodig heeft, hangt af van de lozingseis die voor uw situatie geldt. Op het vuilwaterriool ligt de emissiegrenswaarde in de praktijk op 20 milligram minerale olie per liter. Dat betekent voor een wasstraat of wasplaats vrijwel altijd een klasse I coalescentieafscheider. Lees het verschil na in klasse 1 en klasse 2 olieafscheider.
Onderhoud: wat de norm minimaal eist
Een afscheider werkt alleen zolang hij niet vol zit. De slibvangput leegt u wanneer die voor de helft gevuld is, de olieafscheider bij een olielaag van ongeveer 80 procent. Daar bovenop hoort een halfjaarlijkse controle en, eens per vijf jaar, een keuring door een geaccrediteerd inspecteur inclusief lekkagetest. De inhoud is bedrijfsafval en gaat naar een erkende inzamelaar; de gegevens daarover bewaart u. Zo houdt u het rendement op peil en blijft u binnen de lozingseis. Wij maken die onderhoudsplicht praktisch op olieafscheider legen.
Van norm naar praktijk
- Olieafscheider capaciteit berekenen de formule NS = (Qr + fx x Qs) x fd, met rekenhulp.
- Olieafscheider legen: hoe vaak en wat kost het de onderhoudsplicht die de norm oplegt, praktisch gemaakt.
- Typen olieafscheiders coalescentie, zwaartekracht, bypass en lamellen naast elkaar.
- Olieafscheider verplicht? wanneer de wet en het bevoegd gezag een afscheider eisen.
Deze pagina is inhoudelijk gecontroleerd door onze specialist op 6 juli 2026.
