Een lekbak wordt niet op het vuilwaterriool aangesloten. Het water dat erin staat, ook als het gewoon regen is, geldt als afval en niet als lozing, en moet dus worden afgevoerd. Daarmee is de vraag bij een buitenopstelling niet welke olieafscheider u nodig heeft, maar hoe vaak de zuigwagen komt. Een afscheider komt pas in beeld als u de bak overkapt of het hemelwater apart houdt, zodat er weer een echte lozing overblijft.

De regel die vrijwel niemand kent
Overal in Nederland staan installaties buiten met een opvangbak eronder. Een transformator bij een bedrijfsterrein, een noodstroomaggregaat naast een datacenter, een bovengrondse dieseltank op een boerenerf, een omvormerstation bij een zonnepark. Die bak zit er voor het geval dat er iets lekt, en negen van de tien keer lekt er niets. Wat er wel gebeurt, is dat het regent.
Op dat moment ontstaat een vraag die zelden in het ontwerp beantwoord is. Er staat water in de bak, dat water moet eruit, en de eerste ingeving is om er een afvoer op te zetten. Precies dat mag niet. Een lekbak wordt niet aangesloten op het vuilwaterriool, en het water dat erin staat geldt als afval en niet als lozing.
Het verschil tussen die twee woorden is het hele artikel. Een lozing beheerst u met een voorziening en een grenswaarde. Afval voert u af, met een bon en een verwerker.
Waarom dat verbod logisch is
Een lekbak is bedoeld om de volledige inhoud van wat erboven staat op te vangen. Zit er een afvoer in, dan is dat precies de route waarlangs de olie het riool bereikt op het moment dat het misgaat. De bak zou dan geen bak meer zijn maar een trechter.
Daar komt bij dat wat zich in zo'n bak verzamelt zelden alleen regen is. Er staat stof in, wat van de behuizing spoelt, en de eerste film olie van een druppelende koppeling. Een steekmonster uit een lekbak ziet er daarom vrijwel nooit uit als hemelwater.
De drie manieren waarop het in de praktijk wordt opgelost
De eerste is de eerlijkste: laten staan en periodiek leegzuigen. Dat vraagt een afspraak met een verwerker en een ritme dat past bij de neerslag en de inhoud van de bak. Het is niet elegant, het is wel juist, en het is de enige oplossing die bij een controle zonder toelichting overeind blijft.
De tweede is overkappen. Komt er geen regen in de bak, dan is er geen water dat eruit moet, en verdwijnt de vraag. Bij een compacte behuizing is dat vaak een kleine ingreep, en bij nieuwbouw kost het bijna niets. Bij een bestaande buitenopstelling met een grote betonnen bak is het minder eenvoudig.
De derde is scheiden bij de bron: het hemelwater dat op en om de installatie valt apart houden van de bak zelf, zodat er weer een gewone, schone hemelwaterstroom overblijft en de bak droog staat. Dan komt de bekende route weer in beeld, met een voorziening en een grenswaarde, en heeft een olieafscheider wel zin.
Wat een afsluiter oplost, en wat niet
Een veelgekozen tussenvorm is een afsluitbare aftap onderin de bak, die normaal dicht staat en met de hand wordt geopend om regenwater af te tappen. Dat is beter dan een vaste open afvoer, want bij een lekkage blijft de bak dicht.
Maar het lost de kern niet op. Op het moment dat u die afsluiter opent, loost u het water dat erin stond, en dat water is niet vanzelf schoon. Wie zo werkt, moet kunnen laten zien wat hij afvoert en waarheen, en moet zich realiseren dat een menselijke handeling de enige beveiliging is geworden.
Waar dit overal speelt
Bij een transformatorstation, waar de bak onder de transformator de bekendste toepassing is. Bij noodstroomaggregaten van datacenters, ziekenhuizen en gemalen. Bij batterijopslag en snellaadpleinen, waar de transformator van het aansluitstation dezelfde bak krijgt. Bij zonneparken, waar het inkoopstation in het veld staat zonder riool in de buurt. En bij elke bovengrondse tank met een bak eronder.
De installaties verschillen, de vraag is telkens dezelfde. Wie hem in de ontwerpfase beantwoordt, houdt het klein. Wie hem overslaat, komt hem tegen bij de eerste natte winter, en dan ligt de leiding er al.

