Bij een met olie gevulde transformator hoort een vloeistofdichte opvangvoorziening. Staat de transformator buiten, dan komt er hemelwater in die lekbak en moet dat water via een olieafscheider worden afgevoerd. Omdat het lozingspunt zelden het vuilwaterriool is, komt vrijwel altijd een coalescentieafscheider van klasse I in beeld.

De eis komt niet uit het Bal
Wie in het Besluit activiteiten leefomgeving zoekt naar een paragraaf over transformatorstations, vindt die niet. Het woord transformator komt in de hele wettekst een paar keer voor, en nooit als aangewezen milieubelastende activiteit. Ook de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming noemt transformatoren nergens, en die richtlijn behandelt calamiteiten uitdrukkelijk niet.
De eisen komen dus van vier andere kanten: de norm NEN-EN-IEC 61936-1, de programma s van eisen van de netbeheerder, de omgevingsvergunning en de specifieke zorgplicht. Dat maakt de situatie per station anders, en het verklaart waarom er zoveel verwarring over bestaat.
Let op de norm die u aanhaalt
NEN-EN 50522 wordt in dit verband vaak genoemd, ook in bestekken en offertes. Die norm gaat over de aarding van hoogspanningsinstallaties boven 1 kV en niet over olie. De norm die de opvang van isolatie- en koelvloeistof behandelt is NEN-EN-IEC 61936-1. De versie uit 2010 is per 1 september 2021 ingetrokken en vervangen door de versie uit 2021.
Dat lijkt een detail, maar het is er geen. Wie in een rapport of vergunningaanvraag naar de verkeerde norm verwijst, krijgt daar vroeg of laat een vraag over.
De lekbak
Netbeheerders zijn hier concreet. Bij een inpandige opstelling dient de kelder van de transformatorruimte als olieopvang bij calamiteiten. Die moet duurzaam vloeistofdicht zijn, geschikt voor elke soort olie tot honderdvijftig graden Celsius, en afgewerkt onder afschot richting de vloersparing onder de transformator zodat de olie kan weglopen. Voor een ondergrondse kabelkelder geldt dat die oliedicht moet zijn.
Over de maatvoering circuleren twee getallen die u met zorg moet gebruiken. De internationale norm noemt een drempel van duizend liter isolatievloeistof waarboven opvang wordt aanbevolen, en in de Engelse tekst staat daar should en niet shall. En de veelgehoorde regel dat de bak honderdtien procent van de olie-inhoud moet kunnen bergen, is niet terug te vinden in Nederlandse wetgeving, in de norm of in een netbeheerdersdocument. Behandel dat als praktijkrichtgetal.
Grind in plaats van een klep
Er bestaat een hardnekkig beeld dat er bij een brand of explosie een klep dichtvalt die voorkomt dat brandende olie het riool bereikt. Dat is niet hoe het werkt. De brandbeveiliging in een olieopvangbak is een grindlaag.
Het principe is eenvoudig. Brandende olie zakt tussen de stenen weg. De rookgassen die tussen dezelfde stenen omhoog willen, snijden de zuurstoftoevoer af. De brand wordt gesmoord en smeult hooguit door, wat met normale schuimblussing te bestrijden is. In een open bak zou dezelfde hoeveelheid olie vol doorbranden.
Dat heeft gevolgen voor de maat. Grind neemt volume in, dus de bak moet groter zijn dan wanneer hij leeg zou blijven. Grotere stenen laten meer olie tussen zich door en houden de bak kleiner, maar boven een bepaalde steengrootte verdwijnt de verstikkende werking. Het holle-ruimtepercentage hangt af van de steensoort en hoort per situatie te worden bepaald.
De enige automatisch sluitende voorziening in de hele keten zit in de olieafscheider zelf. Dat is de vlotterafsluiter, die de uitlaat afsluit zodra de maximale olieopslagcapaciteit is bereikt. Die reageert op de dikte van de olielaag, niet op brand. Twee verschillende barrieres die in de praktijk vaak door elkaar worden gehaald.

Waarom hier klasse I geldt
Een transformatorstation staat zelden aan het vuilwaterriool. Het hemelwater dat in de buitenopgestelde lekbak valt, gaat naar het oppervlaktewater of naar een hemelwaterriool dat daarop uitkomt. Dat lozingspunt bepaalt de klasse.
Klasse II werkt op zwaartekracht en haalt onder honderd milligram per liter, wat past bij lozing op het vuilwaterriool. Klasse I gebruikt een coalescentiefilter en komt onder vijf milligram per liter, wat de aangewezen uitvoering is voor de route naar oppervlaktewater. In een omgevingsvergunning voor een groot transformatorstation staat die redenering woordelijk: omdat de transformator buiten wordt geplaatst, wordt het vrijkomende hemelwater in de lekbak via een olieafscheider afgevoerd.
Let op dat de klasse volgens NEN-EN 858 een testklasse is. De werkelijke lozingseis komt uit de vergunning, de waterschapsverordening of het omgevingsplan, en die kan strenger zijn dan de klasse suggereert.
Esterolie verandert de rekensom
Dit is het punt waar de meeste installaties op worden overvallen. Minerale transformatorolie heeft een dichtheid van ongeveer 0,88 g/cm3 en drijft vlot op. Natuurlijke ester zit rond 0,92 en synthetische ester rond 0,97.
Olieafscheiders volgens NEN-EN 858 zijn bedoeld voor lichte vloeistoffen met een dichtheid tot 0,95 g/cm3, en in de praktijk zijn ze meestal getest tot 0,90. Synthetische ester valt daar dus buiten: een standaard afscheider is daar niet voor gecertificeerd. Natuurlijke ester valt er nog binnen, maar het dichtheidsverschil met water is bijna gehalveerd ten opzichte van minerale olie. Kleinere dichtheidsverschillen betekenen langzamer opdrijven, dus meer verblijftijd en een grotere afscheider.
Deze conclusie volgt uit de opgegeven dichtheden en de reikwijdte van de norm. Het is geen letterlijke normbepaling, dus laat het per situatie bevestigen. Maar de strekking is duidelijk: stapt u over van minerale olie op ester, ga er dan niet vanuit dat de bestaande afscheider nog voldoet.
Een laatste waarschuwing. Zit er PCB-houdende olie in een oude installatie, dan is een olieafscheider daar geen barriere voor. PCB is zwaarder dan water en zakt naar de bodem in plaats van op te drijven. Daar is de route opvangen en afvoeren als gevaarlijk afval, niet afscheiden.
Wat wij doen
Wij rekenen de benodigde capaciteit en klasse na op basis van het aangesloten oppervlak, de olie die er werkelijk in zit en het lozingspunt dat het bevoegd gezag toestaat. Onafhankelijk van fabrikanten, en met de onderbouwing die u bij een vergunningaanvraag nodig heeft.

