BRL 5251 is de Nederlandse beoordelingsrichtlijn voor de certificatie van olie-afscheiders en slibvangputten. Een fabrikant die eraan voldoet krijgt een KOMO productcertificaat van Kiwa. Twee dingen zijn daarbij essentieel. De certificering is vrijwillig: wettelijk verplicht zijn de CE-markering en de prestatieverklaring bij NEN-EN 858. En BRL 5251 is gekoppeld aan NEN 7089, de oudere Nederlandse norm voor betonnen olieafscheiders, niet aan NEN-EN 858. Een KOMO-certificaat is dus geen bewijs dat een afscheider aan de huidige Europese norm voldoet.

Wat BRL 5251 regelt
Een beoordelingsrichtlijn, kortweg BRL, is geen wet en geen norm. Het is een afsprakendocument waarin staat waaraan een product moet voldoen en hoe daarop wordt toegezien, zodat een certificatie-instelling er een certificaat aan kan verbinden. BRL 5251 doet dat voor olie-afscheiders en slibvangputten.
Kiwa omschrijft het toepassingsgebied als de certificatie van olie-afscheiders en slibvangputten die worden gebruikt voor de verwijdering van slib en minerale olie uit geloosd afvalwater. Het certificaat dat eruit volgt is een KOMO productcertificaat. Kiwa noemt gemeenten, aannemers, ingenieursbureaus en prefab betonproducenten als de partijen voor wie de richtlijn bedoeld is.
De definitie van olie die erin staat
BRL 5251 bakent scherp af wat minerale olie is: olien, benzines, vetten en andere opdrijvende stoffen van minerale oorsprong of synthetische vervanging, die niet of slecht in water oplossen en waarvan de dichtheid kleiner is dan 0,95 gram per kubieke centimeter. Lichter dan water dus, en daarom drijvend. Dat is precies het principe waar een zwaartekrachtafscheider op werkt.
Vetten en olien van plantaardige of dierlijke herkomst vallen er nadrukkelijk buiten. Daarvoor bestaat BRL 5252 voor vetafscheiders en slibvangputten. Diezelfde grens loopt door de hele regelgeving: de herkomst van de olie bepaalt welke norm geldt en welke afscheider u nodig heeft. Wat dat voor uw situatie betekent, leest u bij het verschil tussen een olieafscheider en een vetafscheider.
De koppeling met NEN 7089, en waarom dat ertoe doet
Dit is het detail waar bijna niemand bij stilstaat, en het is het nuttigste van deze hele pagina.
BRL 5251 is volgens het Informatiepunt Leefomgeving de beoordelingsrichtlijn waarmee een bedrijf kan aantonen dat het voldoet aan NEN 7089. Dat is de oudere Nederlandse norm voor betonnen olieafscheiders, de voorganger van de huidige Europese norm. NEN 7089 kende geen officiele onderhoudseisen; de bijlage adviseerde een controle elke twee maanden, maar dat was niet bindend.
Voor nieuwe installaties geldt NEN-EN 858-1 en -2. Die norm rekent anders en komt doorgaans op een grotere afscheider uit dan NEN 7089. Een KOMO-certificaat op basis van BRL 5251 zegt dus iets over de productkwaliteit en het toezicht op de fabriek, maar het is geen verklaring dat het ontwerp aan de huidige Europese norm voldoet. Die verklaring staat in de CE-markering en de prestatieverklaring.
Heeft u een bestaande installatie die onder NEN 7089 is aangelegd, dan is dat overigens geen probleem. Zo'n installatie biedt volgens IPLO voldoende bescherming voor het milieu. Het wordt pas een vraagstuk bij vervanging of uitbreiding, want dan rekent u opnieuw volgens NEN-EN 858.
Wat u er als koper aan heeft
Waarom er dan toch naar vragen? Omdat certificering iets zegt wat een CE-markering niet zegt.
CE-markering is in de kern een verklaring van de fabrikant zelf: hij verklaart welke prestaties zijn product levert, volgens een voorgeschreven methode. Een KOMO productcertificaat betekent dat een externe certificatie-instelling periodiek in de fabriek komt kijken of er nog steeds gemaakt wordt wat er op papier staat. Dat is toezicht op de productie, niet alleen op het ontwerp.
Voor een betonnen afscheider die dertig jaar onder uw wasplaats of parkeerterrein ligt is dat verschil niet academisch. U kunt er na plaatsing niet meer bij, en u ziet een wanddikte of een betonkwaliteit niet aan de buitenkant. Werkt u met een bestek of zit u in een aanbesteding, dan is BRL 5251 bovendien een eis die u eenduidig kunt opschrijven, waar omschrijvingen als deugdelijk of gelijkwaardig altijd discussie opleveren.
Wat u wel moet kunnen laten zien
Bij controle vraagt het bevoegd gezag niet naar uw KOMO-certificaat. Hij controleert of de slibvangput en de afscheider juist gedimensioneerd zijn, of de aan- en afvoerleidingen goed zijn aangesloten, en of er alleen afvalwater van de betreffende activiteit doorheen gaat, dus geen huishoudelijk afvalwater en geen hemelwater. Daarnaast kijkt hij naar de staat van de installatie, de werking van de automatische afsluiter, de laagdiktes, en uw logboek met afgiftebewijzen.
Vraag de leverancier dus altijd om de CE-markering met prestatieverklaring en om de dimensioneringsberekening. Een certificaatnummer vraagt u erbij, niet in plaats daarvan.
Kort samengevat
BRL 5251 is de Nederlandse richtlijn waarmee olie-afscheiders en slibvangputten een KOMO productcertificaat van Kiwa kunnen krijgen. Hij geldt voor minerale olie met een dichtheid onder 0,95 gram per kubieke centimeter; plantaardig en dierlijk vet valt onder BRL 5252. Het certificaat is vrijwillig, bewijst extern toezicht op de productie, en is gekoppeld aan NEN 7089 en niet aan NEN-EN 858. Verplicht zijn de CE-markering, de prestatieverklaring en een onderbouwde capaciteitsberekening. Twijfelt u welke papieren u nodig heeft, leg het ons voor.
Veelgestelde vragen
Is een olieafscheider met BRL 5251 of KOMO verplicht?
Nee. BRL 5251 leidt tot een vrijwillig KOMO productcertificaat. Wettelijk verplicht zijn de CE-markering en de bijbehorende prestatieverklaring volgens NEN-EN 858, samen met een onderbouwde capaciteitsberekening. Dat is ook wat het bevoegd gezag bij controle beoordeelt.
Wat is het verschil tussen BRL 5251 en NEN-EN 858?
NEN-EN 858 is de Europese norm die beschrijft hoe een olieafscheider moet presteren en hoe u de nominale grootte berekent. BRL 5251 is een Nederlandse beoordelingsrichtlijn voor de certificatie van het product, gekoppeld aan NEN 7089, de oudere Nederlandse norm voor betonnen afscheiders. Een KOMO-certificaat is dus geen bewijs dat het ontwerp aan NEN-EN 858 voldoet.
Wat is NEN 7089?
NEN 7089 is de voorganger van NEN-EN 858 voor betonnen olieafscheiders. Die norm kende geen officiele onderhoudseisen; de bijlage adviseerde een controle elke twee maanden, zonder dat dit bindend was. Installaties die aan NEN 7089 voldoen bieden volgens het Informatiepunt Leefomgeving voldoende milieubescherming. Bij vervanging of uitbreiding rekent u opnieuw volgens NEN-EN 858.
Wat is het verschil tussen BRL 5251 en BRL 5252?
BRL 5251 gaat over olie-afscheiders en slibvangputten voor minerale en synthetische olien. BRL 5252 gaat over vetafscheiders en slibvangputten voor vetten en olien van plantaardige of dierlijke herkomst. De herkomst van de olie bepaalt welke van de twee geldt, en daarmee ook welke norm: NEN-EN 858 of NEN-EN 1825.
Wie geeft het KOMO-certificaat voor olieafscheiders af?
Kiwa certificeert op basis van BRL 5251 en geeft daarvoor een KOMO productcertificaat af. Het certificaat staat op naam van de fabrikant en noemt de producten die eronder vallen. Vraag bij aanschaf om het certificaatnummer, zodat u het in het openbare register kunt opzoeken.
Mijn leverancier heeft geen KOMO-certificaat. Is dat een probleem?
Niet wettelijk. Zolang de afscheider CE-gemarkeerd is, een prestatieverklaring heeft en de juiste nominale grootte en klasse, voldoet u aan de eisen. Het ontbreken van certificering betekent wel dat er geen externe partij periodiek in de fabriek meekijkt. Bij een betonnen afscheider die decennia in de grond ligt weegt dat zwaarder dan bij een unit die u kunt vervangen.

