Een olie-benzineafscheider (OBAS), koolwaterstoffenafscheider (KWS-afscheider), benzineafscheider of lichtevloeistofafscheider is precies hetzelfde toestel als de olieafscheider. Al die namen beschrijven één installatie die minerale olie en brandstof uit afvalwater haalt volgens NEN-EN 858. Hij is verplicht zodra u bedrijfsmatig oliehoudend water loost, bijvoorbeeld bij een tankstation, wasplaats of werkplaats. Let op: voor plantaardige en dierlijke vetten werkt hij niet, want die stollen en horen thuis in een vetafscheider volgens een andere norm.
Eén toestel, veel namen
Weinig installaties hebben zoveel namen als deze. Olieafscheider, olie-benzineafscheider, olie/benzineafscheider, olie-/benzineafscheider, benzineafscheider, KWS-afscheider, koolwaterstoffenafscheider, lichtevloeistofafscheider, en de afkorting OBAS. Het klinkt als een kast vol verschillende apparaten. Dat is het niet. Het is telkens hetzelfde toestel, met dezelfde techniek en dezelfde norm, NEN-EN 858. De ene naam legt de nadruk op olie, de andere op benzine, en weer een andere op de scheikundige familie. Wie een OBAS zoekt, of een KWS-afscheider, zoekt gewoon een olieafscheider.
Waarom al die namen naar hetzelfde wijzen
De afkorting OBAS staat voor olie- en benzineafscheider. KWS staat voor koolwaterstoffen, de scheikundige familie waartoe minerale olie, diesel en benzine horen. Een koolwaterstoffenafscheider is dus hetzelfde als een olie-benzineafscheider. De normterm is lichtevloeistofafscheider, vaak afgekort tot LVA, want NEN-EN 858 heet voluit de norm voor olie- en lichtevloeistofafscheiders. Een lichte vloeistof is elke vloeistof die lichter is dan water en dus opdrijft, zoals minerale olie en benzine. Al die namen beschrijven precies dezelfde installatie. Laat u door de naam op een offerte of tekening dus niet op het verkeerde been zetten.
Zo werkt de scheiding
De werking steunt op één natuurwet: het verschil in dichtheid met water. Wat lichter is dan water, drijft op. Het afvalwater komt tot rust in de afscheider, de zwaardere delen zoals zand en slib bezinken onderin de slibvangput, en de olie en brandstof stijgen naar boven en vormen een olielaag op het water. Alleen het gezuiverde water eronder stroomt verder naar het vuilwaterriool. Een klasse I afscheider heeft een coalescentiefilter dat heel fijne oliedruppels laat samensmelten tot grote druppels die alsnog opdrijven, waarmee het restoliegehalte onder 5 mg/l blijft. Een klasse II afscheider werkt alleen op zwaartekracht en blijft onder 100 mg/l. Benzine laat zich hier juist goed afscheiden, want de dichtheid is laag en de vloeistof drijft vlot en betrouwbaar op.
De vlotterinstallatie en de automatische afsluiter

Vrijwel elke olieafscheider heeft aan de uitlaatzijde een vlotter, een drijverlichaam in een roestvaststalen vlotterkooi. Die vlotter is het hart van de automatische afsluiter, en hij maakt slim gebruik van hetzelfde dichtheidsverschil. De drijver is afgesteld op de dichtheid van de lichte vloeistof: hij drijft wel op water, maar niet op olie. Zolang er vooral water in de kamer staat, drijft de vlotterbal netjes op het wateroppervlak en blijft de uitlaat open. Loopt de olielaag te ver op, dan zakt de drijver mee de olie in en sluit hij de uitlaat af. Zo kan er geen olie doorstromen naar het riool, ook niet als de afscheider vol raakt. Het is een eenvoudige, betrouwbare beveiliging zonder stroom of sensoren. Bij onderhoud wordt de drijver uit de kooi gehaald, gecontroleerd en zichtbaar drijvend teruggeplaatst, en wordt de werking van de afsluiter getest.
Wanneer een OBAS verplicht is
Zodra u bedrijfsmatig afvalwater loost waar minerale olie of brandstof in kan zitten, moet dat water via een slibvangput en een olieafscheider volgens NEN-EN 858. Dat speelt bij tankstations, bij het wassen van voertuigen op een wasplaats of in een wasstraat, bij onderhoud en reparatie in een werkplaats, en bij de afwatering van verharde bedrijfsterreinen. Sinds 2024 valt dit onder de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving, met daarnaast altijd de zorgplicht. Een bedrijfsmatige afscheider draagt een CE-markering, en in de praktijk geldt vaak een lozingseis rond 20 mg/l minerale olie. Welke klasse en maat u nodig heeft, volgt uit de aard van de lozing en de eis van het bevoegd gezag, niet uit de naam op de put.
Waarom een OBAS niet werkt bij plantaardig en dierlijk vet
Hier gaat het vaak mis, dus wees hier scherp op. Een olieafscheider is gemaakt voor minerale olie en brandstof, koolwaterstoffen dus. Hij is niet geschikt voor plantaardige en dierlijke oliën en vetten uit een keuken of voedselverwerking. Het verschil zit in het gedrag van de stof. Minerale olie blijft vloeibaar en drijft stabiel op, precies waar de scheiding en de vlotter op rekenen. Plantaardig en dierlijk vet doet iets anders: het stolt bij afkoeling. Gestold vet koekt aan, vervuilt het coalescentiefilter en de vlotterkooi, en verstopt uiteindelijk de leiding en het riool. Daarom horen keukenvetten thuis in een vetafscheider volgens NEN-EN 1825, een ander toestel voor een andere stof en een andere norm. Een olieafscheider en een vetafscheider zijn dus niet uitwisselbaar. Kiest u de verkeerde, dan werkt de installatie niet en riskeert u verstopping en een lozing die niet voldoet.
De juiste keuze en maat
Of u nu een OBAS, een KWS-afscheider of een benzineafscheider zoekt, de vraag is steeds dezelfde: welke klasse en welke capaciteit past bij uw lozing. Wij rekenen de nominale grootte na volgens NEN-EN 858, bepalen de klasse die bij uw situatie hoort, en verbinden u met een partij voor levering, plaatsing en onderhoud. Onafhankelijk, zonder binding aan een fabrikant. Reken uw situatie vast na met de gratis capaciteitsberekening, of vraag onafhankelijk advies aan.
