Platform voor olieafscheidersGratis capaciteitsberekeningBel 06 2000 61 71
Kennisbank

Olie-waterafscheider: wat het is, hoe hij werkt en wanneer u er een nodig heeft

Een olie-waterafscheider scheidt minerale olie en brandstof van water voordat het afvalwater wordt geloosd. Het is hetzelfde apparaat dat in NEN-EN 858 en in de regelgeving een olieafscheider of lichtevloeistofafscheider heet. Hij werkt in drie stappen: slib en zand zakken naar de bodem in de slibvangput, olie en benzine zijn lichter dan water en drijven op, en alleen het water daartussen loopt door. Een automatische afsluiter sluit de afvoer zodra er te veel olie in het systeem staat. Loost u bedrijfsmatig oliehoudend water en haalt u de grens van 20 milligram minerale olie per liter niet met bronmaatregelen, dan is zo'n afscheider verplicht.

Doorsnede van een betonnen olieafscheider met coalescentiefilter en vlotterafsluiter
De hele praktijk op een pagina: werking, klasse, plicht, maat, onderhoud en kosten.

Waarom het woord olie-waterafscheider bestaat

In de norm en in uw vergunning heet het een olieafscheider, of voluit een afscheider voor lichte vloeistoffen. In de praktijk zegt bijna iedereen iets anders. Olie-waterafscheider, olie-benzineafscheider, OBAS, KWS-afscheider, slibvangput met afscheider, of gewoon de put. Vier woorden en een afkorting voor hetzelfde ding.

Olie-waterafscheider is daarvan de meest letterlijke: het apparaat scheidt olie van water. Krijgt u een brief van de omgevingsdienst, dan staat er vrijwel zeker olieafscheider of lichtevloeistofafscheider. Wat de afkortingen precies betekenen leest u bij olie-benzineafscheider, OBAS en KWS.

Hoe een olie-waterafscheider werkt

De scheiding verloopt in drie stappen, en die drie zijn samen het hele apparaat.

Slibvanggedeelte. Zware delen zoals zand, gruis en bandenslijpsel zakken eerst naar de bodem. Die ruimte heet de slibvangput en zit voor de afscheider. Hoe groot die moet zijn hangt af van hoeveel bezinkbaar materiaal er meekomt; een wasplaats levert aanzienlijk meer zand dan een overdekte parkeergarage. Zie de slibvangput dimensioneren.

Afscheidergedeelte. Minerale olie en benzine zijn lichter dan water en stijgen naar de oppervlakte, waar ze een drijflaag vormen. Bij een zwaartekrachtafscheider gebeurt dat op zwaartekracht alleen. Een coalescentieafscheider heeft daarnaast een filterpakket waarin kleine oliedruppeltjes samenvloeien tot grotere, zodat ook fijn verdeelde olie nog opdrijft.

Automatische afsluiter. Een vlotter die is afgestemd op de dichtheid van olie drijft mee op de laag. Wordt die laag te dik, dan zakt de vlotter op zijn zitting en sluit de afvoer. Daarmee voorkomt het systeem dat er bij een volle afscheider olie doorspoelt naar het riool of het oppervlaktewater. Hoe die afsluiter werkt en waarom hij ook een alarm verdient, leest u bij de automatische afsluiter en het alarm.

Klasse I of klasse II

NEN-EN 858 kent twee klassen, en het verschil zit in wat er aan de uitlaat overblijft. Een afscheider van klasse I haalt een restgehalte van minder dan 5 milligram minerale olie per liter, een klasse II blijft onder 100 milligram per liter. Klasse I vraagt in de praktijk om coalescentie, klasse II komt uit met zwaartekracht.

Welke klasse u nodig heeft bepaalt niet de verkoper maar uw lozingseis. Loost u op oppervlaktewater, dan is klasse I vrijwel altijd het antwoord. Loost u op het vuilwaterriool, dan kan klasse II volstaan, mits u de grenswaarde haalt. Het onderscheid staat uitgewerkt bij klasse I en klasse II.

Wanneer een olie-waterafscheider verplicht is

Anders dan bij een vetafscheider is het Besluit activiteiten leefomgeving hier wel uw wet. Het Bal wijst milieubelastende activiteiten aan waarbij oliehoudend afvalwater vrijkomt, en daar hoort een slibvangput met olieafscheider bij zodra u de grenswaarde van 20 milligram minerale olie per liter niet met bronmaatregelen haalt. Denk aan een garage of werkplaats, een wasplaats of wasstraat, een tankstation, een parkeerterrein, een gemeentewerf of een transformatorstation.

Daar bovenop kunnen uw gemeente en uw waterschap aanvullende eisen stellen. Welke twaalf situaties het Bal precies noemt en wat de uitzondering is voor installaties van voor 2 november 2010, staat in wanneer is een olieafscheider verplicht.

Welke maat u nodig heeft

De maat heet de nominale grootte, NS, uitgedrukt in liter per seconde, en volgt uit NEN-EN 858-2. Daarin wegen het afstromende hemelwater, het proceswater, de aard van de vloeistof en de dichtheid mee. Een vuistregel op basis van het aantal wasbeurten of het oppervlak alleen klopt zelden. Reken het door met de capaciteitsberekening of lees eerst hoe het dimensioneren werkt.

Onderhoud: halfjaarlijks kijken, vijfjaarlijks keuren

Een olie-waterafscheider wordt minimaal elk half jaar gecontroleerd. Daarbij worden de olielaagdikte en het slibvolume gemeten en wordt de automatische afsluiter getest. Legen gebeurt op vulgraad: de slibvangruimte mag maximaal half vol zijn en de olieopslag maximaal tachtig procent, wat neerkomt op een laagdikte van ongeveer zestien centimeter. Minimaal eens per vijf jaar volgt een grondige keuring waarbij de installatie helemaal leeg gaat en op dichtheid en beschadiging wordt gecontroleerd.

De opgepompte inhoud is gevaarlijk afval en mag alleen door een erkende inzamelaar worden afgevoerd. De afgifte wordt gemeld bij het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen, en die afgiftebewijzen horen samen met uw logboek bij de stukken die een toezichthouder opvraagt. Meer hierover bij onderhouden en legen.

Wat een olie-waterafscheider kost

Dat hangt af van vier dingen, en wie u zonder die vier een bedrag noemt, gokt. De nominale grootte bepaalt het formaat. De klasse bepaalt of er een coalescentiepakket in moet. Het materiaal telt mee, want beton en kunststof liggen in aanschaf en levensduur niet gelijk. En de plaatsing weegt vaak zwaarder dan de put zelf: ondergronds in bestaande verharding met grondwater erbij is een ander werk dan een bovengrondse opstelling. Daarbij komen de doorlopende kosten voor controle, legen en afvoer. Zie wat een olieafscheider kost, of vraag een offerte aan met uw situatie erbij.

Kort samengevat

Een olie-waterafscheider is hetzelfde als een olieafscheider en scheidt minerale olie van water in drie stappen: bezinken, opdrijven, en afsluiten zodra de olielaag te dik wordt. De klasse volgt uit uw lozingseis, de maat uit NEN-EN 858-2, en de plicht uit het Besluit activiteiten leefomgeving plus wat uw gemeente en waterschap erbovenop leggen. Controle is halfjaarlijks, de grondige keuring vijfjaarlijks, en de inhoud is gevaarlijk afval.

Veelgestelde vragen

Wat is een olie-waterafscheider?

Een olie-waterafscheider scheidt minerale olie en brandstof van water voordat het afvalwater wordt geloosd. Het is hetzelfde apparaat dat in NEN-EN 858 en in de regelgeving een olieafscheider of lichtevloeistofafscheider heet. Olie-benzineafscheider, OBAS en KWS-afscheider zijn andere namen voor dezelfde installatie.

Hoe werkt een olie-waterafscheider?

In drie stappen. In het slibvanggedeelte zakken zand, gruis en andere zware delen naar de bodem. In het afscheidergedeelte drijven olie en benzine op, omdat ze lichter zijn dan water. Een automatische afsluiter sluit de afvoer zodra de olielaag te dik wordt, zodat er geen olie doorspoelt. Bij een coalescentieafscheider zit er daarnaast een filterpakket in dat kleine oliedruppels laat samenvloeien.

Is een olie-waterafscheider hetzelfde als een olieafscheider?

Ja. Olie-waterafscheider, olie-benzineafscheider, OBAS, KWS-afscheider en lichtevloeistofafscheider zijn namen voor hetzelfde toestel. In brieven van de gemeente, de omgevingsdienst of het waterschap staat doorgaans olieafscheider of lichtevloeistofafscheider.

Wanneer is een olie-waterafscheider verplicht?

Zodra u bedrijfsmatig oliehoudend afvalwater loost en de grenswaarde van 20 milligram minerale olie per liter niet met bronmaatregelen haalt. Het Besluit activiteiten leefomgeving wijst de activiteiten aan waarbij dat speelt, zoals garages en werkplaatsen, wasplaatsen en wasstraten, tankstations, parkeerterreinen en transformatorstations. Uw gemeente en waterschap kunnen daar eisen bovenop leggen.

Welke klasse olie-waterafscheider heb ik nodig?

Klasse I haalt een restgehalte van minder dan 5 milligram minerale olie per liter en vraagt in de praktijk om coalescentie. Klasse II blijft onder 100 milligram per liter en komt uit met zwaartekracht. Uw lozingseis bepaalt welke het wordt: bij lozing op oppervlaktewater is klasse I vrijwel altijd het antwoord.

Hoe vaak moet een olie-waterafscheider geleegd worden?

Op vulgraad en niet op datum. De slibvangruimte mag maximaal half vol zijn en de olieopslag maximaal tachtig procent, wat neerkomt op ongeveer zestien centimeter laagdikte. Controleren doet u minimaal elk half jaar; minimaal eens per vijf jaar volgt een grondige keuring waarbij de installatie helemaal leeg gaat.

Mag ik mijn olie-waterafscheider zelf legen?

Nee. De opgepompte inhoud is gevaarlijk afval en mag alleen door een erkende inzamelaar worden afgevoerd en verwerkt. De afgifte wordt gemeld bij het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen. Bewaar de afgiftebewijzen samen met uw logboek, want dat is wat een toezichthouder opvraagt.

Verder lezen

Wilt u dit voor uw eigen situatie laten uitrekenen?

Wij rekenen volgens NEN-EN 858 en verbinden u met de juiste partij.

Kunststof HDPE olieafscheider met opzetstuk en gietijzeren deksel, opgesteld op een bouwterrein
Van lezen naar rekenen

Uw eigen situatie natrekenen

Kennis is de helft. De andere helft is uw oppervlak, uw waterstroom en de klasse die het bevoegd gezag van u vraagt. De rekenhulp doet dat volgens NEN-EN 858-2, zonder dat u iets hoeft af te nemen.